Ontstaan van de NANAI

In 1890 werden bij Wounded Knee (een gehucht op het Pine Ridge-reservaat in Zuid-Dakota) ruim 300 Indianen, hoofdzakelijk vrouwen, kinderen en ouderen, in koelen bloede vermoord door een onderdeel van het Amerikaanse leger. Bijna honderd jaar later, in 1973, bezette een groep Indianen datzelfde Wounded Knee om de aandacht te vestigen op de terreur en de rechteloosheid op het reservaat en de mensonterende omstandigheden onder de Indianen in het algemeen.

Rond de eeuwwisseling bereikten de Noord Amerikaanse Indianen een dieptepunt in hun geschiedenis. Zij waren vrijwel al hun land kwijtgeraakt; hun aantal was sterk afgenomen; verdragen die waren afgesloten tussen de Amerikaanse overheid en de Indianen werden niet nagekomen; de Indiaanse taal en religie werden verboden; Indiaanse kinderen werden gedwongen bij de ouders weggehaald…

Eind jaren zestig ontstond een hernieuwd bewustzijn onder de Indianen. Indiaanse activisten wezen op het feit dat de Indianen nog steeds de armste bevolkingsgroep in Amerika waren. Ze stelden praktijken als de vernietiging van Indiaans grondgebied ten behoeve van o.a. steenkool- en uraniumwinning en de gedwongen steriliatie van Indiaanse vrouwen aan de kaak. Ze vroegen opnieuw om erkenning van de verdragen.

In Rotterdam kwamen enkele mensen bijeen die het gevoel hadden dat er, ook vanuit Nederland, iets gedaan moest worden. De processen na de bezetting van Wounded Knee, waarbij veel corruptie van de kant van de FBI aan het licht kwam, vormden de aanleiding tot de vorming van de Stichting Nanai, de Nederlandse Actiegroep Noord-Amerikaanse Indianen. Het motto van de jonge actiegroep werd: “Eert de doden, door de levenden te helpen”. De eerste actie was een demonstratie voor de Amerikaanse ambassade, waarbij om een eerlijk proces werd gevraagd voor de bezetters van Wounded Knee.

Na deze actie volgden vele anderen. Er werden lezingen gehouden en informatieavonden georganiseerd, medewerkers stonden met stands op allerhande manifestaties, er werden Indiaanse sprekers naar Nederland gehaald en via de media werd informatie gegeven over de Indiaanse zaak.

Inmiddels is het kleine actiegroepje van indertijd uitgegroeid tot een landelijk werkende stichting met een groot aantal donateurs.